De Villa Rezek heeft een eenvoudige en horizontale opbouw met meerdere terrassen, waardoor het gebouw rustig en functioneel oogt. Zowel in de architectuur als in het interieur staat leefbaarheid centraal. Binnen wordt veel gewerkt met verschillende kleuren, wat zorgt voor een warme en gezellige sfeer. Gordijnen worden gebruikt om ruimtes van elkaar te scheiden, waardoor de indeling flexibel blijft en kan aangepast worden aan het dagelijkse gebruik.
Dat het huis vandaag nog steeds bewoond is en dat de bewoner zelf de rondleiding gaf, maakte de ervaring extra waardevol. Het liet zien hoe deze woning niet alleen als architecturaal object, maar ook als echte leefruimte functioneert. In mijn eigen ontwerpen wil ik deze combinatie van functionaliteit, flexibiliteit en huiselijkheid verder onderzoeken.
Wat in het interieur van het parlement meteen opvalt, is hoe ruimte, licht en materiaal worden ingezet om orde en hiërarchie duidelijk te maken. Grote zalen worden gedragen door ritmisch geplaatste zuilen, wat zorgt voor een sterk gevoel van structuur en richting. Het overvloedige gebruik van natuursteen, marmer en goudaccenten versterkt het formele en statige karakter van de ruimtes.
Daarnaast speelt daglicht een belangrijke rol: lichtkoepels en glazen plafonds zorgen ervoor dat zelfs diepe ruimtes helder en overzichtelijk blijven. Voor mij is vooral interessant hoe decoratie hier niet puur esthetisch is, maar ook functioneert als communicatiemiddel, het interieur straalt autoriteit, stabiliteit en controle uit en ondersteunt zo de functie van het gebouw.
Het Wien Museum voelde voor mij heel anders aan dan de andere musea die we bezochten. De inrichting is hedendaags en sober, wat sterk contrasteert met de klassieke en monumentale musea in Wenen. In het begin was het niet meteen duidelijk waar het museum over ging, maar hoe verder ik het gebouw verkende, hoe interessanter de inhoud werd.
De tentoonstellingen tonen maquettes van de stad, architecturale modellen en historische objecten die samen de ontwikkeling van Wenen in beeld brengen. Grote objecten, zoals stadsmodellen en rijtuigen, worden vrij in de ruimte geplaatst en maken deel uit van de ruimtelijke beleving. Door de rustige vormgeving en het gebruik van neutrale materialen ligt de focus volledig op de inhoud, wat het museum voor mij verfrissend en anders maakt dan de andere musea.
De Wiener Secession oogt langs buiten sober en gesloten door de eenvoudige witte volumes en het bijna volledig ontbreken van ramen in de gevel. Het enige uitgesproken ornament is de gouden koepel, die daardoor extra opvalt en het gebouw een sterke identiteit geeft.
Binnen staat de kunst volledig centraal. De ruimtes zijn bewust eenvoudig gehouden, zodat werken zoals het Beethovenfries van Gustav Klimt de volledige aandacht krijgen. Het museum functioneert eerder als een manifest voor artistieke vrijheid dan als een klassiek museum. Wat ik hier vooral uit meeneem, is hoe krachtig het kan zijn om met minimale middelen een duidelijke boodschap over te brengen. In mijn eigen ontwerpen wil ik bewuster omgaan met wat ik toon en wat ik bewust weglaat, zodat ruimte, inhoud en idee elkaar versterken.
Het Leopold Museum combineert een strak, hedendaags gebouw met een collectie die focust op het modernisme van het begin van de 20e eeuw. De neutrale architectuur en het rustige interieur zorgen ervoor dat de aandacht volledig naar de kunst en objecten gaat. Schilderijen, meubels en gebruiksvoorwerpen worden samen gepresenteerd, waardoor duidelijk wordt dat modernisme niet alleen een artistieke stroming was, maar ook een manier van denken over wonen en dagelijks gebruik.
Voor mij is vooral de aanwezigheid van toegepaste kunst, zoals meubels en servies van Josef Hoffmann, interessant. Het museum toont hoe interieur, object en architectuur als één geheel kunnen functioneren. Dit bevestigt voor mij het belang van totaalontwerp en motiveert me om in mijn eigen werk meer aandacht te besteden aan de samenhang tussen ruimte, meubel en detail.